Bewegen als middel tegen eenzaamheid bij alleenstaande ouderen met fysieke beperkingen

Alleenstaande ouderen met fysieke beperkingen zijn vaker eenzaam en bewegen minder dan leeftijdgenoten. Ze lopen daardoor een groot risico op een slechte gezondheid en kwetsbaarheid. Door goede samenwerking tussen zorg, welzijn en sport in combinatie met effectieve beweegprogramma’s worden meer vliegen in één klap gevangen. Janet Boekhout van de Open Universiteit deed hier onderzoek naar.

Kwetsbaarheid is een containerbegrip voor belemmeringen op fysiek, cognitief, psychisch en sociaal gebied. Kwetsbaarheid leidt tot negatieve gezondheidseffecten. De eerstelijnszorg, waaronder de huisartsenzorg en de wijkverpleging, heeft te maken met een sterke toename van de zorgvraag van kwetsbare ouderen. Dit komt doordat kwetsbare ouderen veel langer thuis blijven wonen sinds de herzieningen van het zorgstelsel in 2015. Gemeenten hebben sindsdien een grotere plicht om kwetsbare ouderen vanuit de Wmo te ondersteunen. Zij zien hun kosten voor huishoudelijke zorg, vervoersvoorzieningen en aanpassingen in huis stijgen. De financiële middelen daarvoor zijn eindig.

Wie zijn kwetsbare ouderen?

Voor kosteneffectief beleid wil je dus zo goed mogelijk de meest kwetsbare mensen bereiken en hen ondersteunen met aanpakken die werken. Er is een groep waar het risico (erg) hoog is en waar meerdere risicofactoren samenkomen. Dit zijn de alleenstaande ouderen met diverse fysieke belemmeringen door chronische aandoeningen of andere beperkingen. Deze groep is vaker dan gemiddeld eenzaam, en beweegt veel minder dan leeftijdgenoten, zo blijkt uit cijfers.

Wat zeggen de cijfers:

  • 50% van de ouderen geven aan dat zij beperkt worden bij bewegen door een chronische aandoeningen of beperking.
  • 30% met beperking voldoet aan de beweegrichtlijnen, tegen 44% zonder chronische aandoening.
  • ongeveer 40% van de Nederlandse 65-plussers is alleenstaand
  • alleenstaande ouderen voldeden minder vaak aan de oude beweegnorm, namelijk 61% tegen 77% van leeftijdgenoten die samenwonen.
  • ongeveer 50% van de alleenstaande ouderen voelen zich eenzaam, veel meer dan de ongeveer 30% die met partner woont.

Eerder onderzoek toont aan dat eenzaamheid en minder bewegen vaak samengaan. Eenzaamheid en weinig bewegen leiden beide tot een groter risico op kwetsbaarheid. Vooral beweegprogramma’s in groepsverband kunnen dus mogelijk zorgen voor verminderde kwetsbaarheid in de groep die eenzaam is, en door lichamelijke beperkingen weinig beweegt. Janet Boekhout maakte de bestaande (erkende) interventie Actief Plus (zie kader) passend voor de doelgroep en onderzocht of mensen door deelname meer gaan bewegen en zich minder eenzaam gaan voelen.

De interventie Actief Plus

Actief Plus is een advies-op-maat programma om het beweeggedrag van ouderen te stimuleren. De deelnemers ontvangen binnen vier maanden drie keer advies-op-maat en stimuleert om in het dagelijks leven of door deelname aan beweegactiviteiten fysiek actiever te worden. Bewegen zelf maakt geen onderdeel uit van de interventie.

Advies is aangepast aan hun persoonlijke karakteristieken en behoeften die zij invullen in vragenlijsten. De interventie is beschikbaar in een schriftelijke en in een digitale variant. In de variant die gebruikt is voor het onderzoek onder alleenstaande ouderen met lichamelijke beperkingen wordt meer de nadruk gelegd op het sociale aspect van bewegen.

Bereik van de doelgroep en effect op bewegen

Een (willekeurige) gemeente nodigde per brief alle zelfstandig wonende alleenstaande ouderen uit om mee te doen aan het onderzoek. In de brief stond dat de interventie specifiek geschikt was voor mensen met fysieke beperkingen door chronische aandoeningen. Van de 409 mensen die de vragenlijst hadden ingevuld en in aanmerking kwamen, koos 6 van de 10 voor de schriftelijke vragenlijst, en 4 van de 10 voor de digitale versie. Van de eerste groep deed na 3 maanden de helft nog mee. Bij de online groep was de uitval veel hoger: minder dan 30% deed nog mee. De uitval was duidelijk lager bij deelnemers met een hogere opleiding, deelnemers die de schriftelijke versie kozen en bij deelnemers die meer bewegen.

De interventie zorgt in eerste instantie wel dat mensen in totaal meer gaan bewegen, maar na afloop neemt dat af. Wat wel hoger blijft, is het aantal dagen waarop ze minimaal 30 minuten matig tot intensief bewegen.

Minder eenzaamheid

Mensen die meer gingen bewegen door deelname aan de interventie voelden zich minder eenzaam. dat geldt ook nog ook nog twee maanden na afloop van de interventie. Sterker: het gevoel van eenzaamheid daalde zelfs nog iets verder. Wel voelden deelnemers met beperkingen zich na afloop nog steeds eenzamer dan deelnemers zonder beperkingen.