Categorie archief: Nieuws

mantelzorgers waarderen online ondersteuning op maat door dementieverpleegkundige

Zelfmanagement is belangrijk voor mantelzorgers van mensen met dementie, bijvoorbeeld om adequaat om te gaan met het veranderd gedrag van de naaste met dementie. De online interventie die is ontwikkeld om zelfmanagement bij deze mantelzorgers te ondersteunen, is geëvalueerd door onderzoekers van het Nivel, AmsterdamUMC, Geriant, Trimbos-instituut en Alzheimer Nederland. Mantelzorgers blijken de online zelfmanagementondersteuning op maat die zij van een dementieverpleegkundige ontvangen, zeer te waarderen.

Bij dementie is er vaak sprake van veranderd gedrag. De persoon met dementie is bijvoorbeeld achterdochtig, agressief, lusteloos of onrustig geworden en is vaak veel afhankelijker dan voorheen. Het is belangrijk om mantelzorgers zelfmanagementondersteuning te bieden, zodat zij adequaat omgaan met dergelijke problemen in het dagelijks leven.

Online zelfmanagementondersteuning via e-mailcontact, video’s en e-bulletins
De onderzoekers ontwikkelden een online interventie om zelfmanagement bij mantelzorgers van mensen met dementie te ondersteunen. De interventie bestond uit drie elementen. Ten eerste e-mailcontacten op maat tussen mantelzorgers en een dementieverpleegkundige. Om de verpleegkundige handvatten te bieden voor de persoonlijke ondersteuning en advisering van de mantelzorger, is het ‘Interventieprotocol voor (dementie)verpleegkundigen’ ontwikkeld.
Ten tweede kregen mantelzorger de online video’s ‘Omgaan met veranderend gedrag bij dementie’ aangeboden. Aan de hand van deze video’s over verschillende gedragsveranderingen kregen zij tips om goed met het gedrag van hun naaste om te gaan.
Ten derde ontvingen de mantelzorgers e-bulletins met informatie over veranderingen in gedrag en hoe ermee om te gaan.

Veel waardering voor e-mailcontacten
Uit de procesevaluatie van de online interventie kwam naar voren dat mantelzorgers vooral de e-mailcontacten met de dementieverpleegkundigen zeer waardeerden. Ze vonden het fijn dat de ondersteuning was toegespitst op hun specifieke situatie. Ook voelden de mantelzorgers zich erkend in hun belangrijke rol en soms ook zware situatie. Ten slotte bleken de mantelzorgers veel waarde te hechten aan de positieve bevestiging van de verpleegkundige over hoe zij reageerden op het gedrag van hun naaste.

Essentieel is omgaan op individuele vragen
De procesevaluatie bood ook inzichten in wat belangrijk is voor online zelfmanagementondersteuning bij het omgaan met veranderd gedrag. Belangrijk is dat verpleegkundigen aansluiten bij de individuele problemen en vragen van de mantelzorger. Algemeen geformuleerde adviezen werken meestal niet. De mantelzorger zelf laten benoemen wat het probleem is, moet het startpunt van de ondersteuning zijn. Daarnaast dient de verpleegkundige in het e-mailverkeer duidelijk en realistisch te zijn. Een van de concrete tips is bijvoorbeeld de mantelzorger altijd te laten weten wanneer deze een reactie kan verwachten.

Het onderzoek
De procesevaluatie van de online interventie maakte deel uit van het promotieonderzoek van Judith Huis in het Veld en is een onderwerp van haar proefschrift ‘Taking Care Together’. Voor de evaluatie zijn interviews met twaalf mantelzorgers gevoerd. Ook is het aantal kliks door mantelzorgers naar de e-bulletins en de online video’s bijgehouden en geanalyseerd. In het onlangs uitgekomen artikel ‘Process Evaluation of Nurse-Led Online Self-Management Support for Family Caregivers to Deal With Behavior Changes of a Relative With Dementia (Part 1): Mixed Methods Study’ in de Journal of Medical Internet Research – geschreven door onderzoekers van het Nivel, AmsterdamUMC, Geriant, Trimbos-instituut en Alzheimer Nederland – worden de ervaringen met online zelfmanagementondersteuning beschreven.

Kennisclips voor mantelzorgers en verpleegkundigen
Mede op basis van de inzichten uit de procesevaluatie zijn er drie online ‘Kennisclips’ ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen AmsterdamUMC, het Nivel en Hogeschool InHolland, met subsidie van ZonMw. De videoclips kunnen worden ingezet in het onderwijs aan verpleegkundigen (kennisclip 1, 2 en 3). De clips volgen elkaar op; de onderwerpen zijn:

Subsidiegever: ZonMw, programma ‘Tussen Weten en Doen II’
Samenwerkingspartners: het Nivel, AmsterdamUMC, Geriant, Trimbos-instituut en Alzheimer Nederland

Bewegen als middel tegen eenzaamheid bij alleenstaande ouderen met fysieke beperkingen

Alleenstaande ouderen met fysieke beperkingen zijn vaker eenzaam en bewegen minder dan leeftijdgenoten. Ze lopen daardoor een groot risico op een slechte gezondheid en kwetsbaarheid. Door goede samenwerking tussen zorg, welzijn en sport in combinatie met effectieve beweegprogramma’s worden meer vliegen in één klap gevangen. Janet Boekhout van de Open Universiteit deed hier onderzoek naar.

Kwetsbaarheid is een containerbegrip voor belemmeringen op fysiek, cognitief, psychisch en sociaal gebied. Kwetsbaarheid leidt tot negatieve gezondheidseffecten. De eerstelijnszorg, waaronder de huisartsenzorg en de wijkverpleging, heeft te maken met een sterke toename van de zorgvraag van kwetsbare ouderen. Dit komt doordat kwetsbare ouderen veel langer thuis blijven wonen sinds de herzieningen van het zorgstelsel in 2015. Gemeenten hebben sindsdien een grotere plicht om kwetsbare ouderen vanuit de Wmo te ondersteunen. Zij zien hun kosten voor huishoudelijke zorg, vervoersvoorzieningen en aanpassingen in huis stijgen. De financiële middelen daarvoor zijn eindig.

Wie zijn kwetsbare ouderen?

Voor kosteneffectief beleid wil je dus zo goed mogelijk de meest kwetsbare mensen bereiken en hen ondersteunen met aanpakken die werken. Er is een groep waar het risico (erg) hoog is en waar meerdere risicofactoren samenkomen. Dit zijn de alleenstaande ouderen met diverse fysieke belemmeringen door chronische aandoeningen of andere beperkingen. Deze groep is vaker dan gemiddeld eenzaam, en beweegt veel minder dan leeftijdgenoten, zo blijkt uit cijfers.

Wat zeggen de cijfers:

  • 50% van de ouderen geven aan dat zij beperkt worden bij bewegen door een chronische aandoeningen of beperking.
  • 30% met beperking voldoet aan de beweegrichtlijnen, tegen 44% zonder chronische aandoening.
  • ongeveer 40% van de Nederlandse 65-plussers is alleenstaand
  • alleenstaande ouderen voldeden minder vaak aan de oude beweegnorm, namelijk 61% tegen 77% van leeftijdgenoten die samenwonen.
  • ongeveer 50% van de alleenstaande ouderen voelen zich eenzaam, veel meer dan de ongeveer 30% die met partner woont.

Eerder onderzoek toont aan dat eenzaamheid en minder bewegen vaak samengaan. Eenzaamheid en weinig bewegen leiden beide tot een groter risico op kwetsbaarheid. Vooral beweegprogramma’s in groepsverband kunnen dus mogelijk zorgen voor verminderde kwetsbaarheid in de groep die eenzaam is, en door lichamelijke beperkingen weinig beweegt. Janet Boekhout maakte de bestaande (erkende) interventie Actief Plus (zie kader) passend voor de doelgroep en onderzocht of mensen door deelname meer gaan bewegen en zich minder eenzaam gaan voelen.

De interventie Actief Plus

Actief Plus is een advies-op-maat programma om het beweeggedrag van ouderen te stimuleren. De deelnemers ontvangen binnen vier maanden drie keer advies-op-maat en stimuleert om in het dagelijks leven of door deelname aan beweegactiviteiten fysiek actiever te worden. Bewegen zelf maakt geen onderdeel uit van de interventie.

Advies is aangepast aan hun persoonlijke karakteristieken en behoeften die zij invullen in vragenlijsten. De interventie is beschikbaar in een schriftelijke en in een digitale variant. In de variant die gebruikt is voor het onderzoek onder alleenstaande ouderen met lichamelijke beperkingen wordt meer de nadruk gelegd op het sociale aspect van bewegen.

Bereik van de doelgroep en effect op bewegen

Een (willekeurige) gemeente nodigde per brief alle zelfstandig wonende alleenstaande ouderen uit om mee te doen aan het onderzoek. In de brief stond dat de interventie specifiek geschikt was voor mensen met fysieke beperkingen door chronische aandoeningen. Van de 409 mensen die de vragenlijst hadden ingevuld en in aanmerking kwamen, koos 6 van de 10 voor de schriftelijke vragenlijst, en 4 van de 10 voor de digitale versie. Van de eerste groep deed na 3 maanden de helft nog mee. Bij de online groep was de uitval veel hoger: minder dan 30% deed nog mee. De uitval was duidelijk lager bij deelnemers met een hogere opleiding, deelnemers die de schriftelijke versie kozen en bij deelnemers die meer bewegen.

De interventie zorgt in eerste instantie wel dat mensen in totaal meer gaan bewegen, maar na afloop neemt dat af. Wat wel hoger blijft, is het aantal dagen waarop ze minimaal 30 minuten matig tot intensief bewegen.

Minder eenzaamheid

Mensen die meer gingen bewegen door deelname aan de interventie voelden zich minder eenzaam. dat geldt ook nog ook nog twee maanden na afloop van de interventie. Sterker: het gevoel van eenzaamheid daalde zelfs nog iets verder. Wel voelden deelnemers met beperkingen zich na afloop nog steeds eenzamer dan deelnemers zonder beperkingen.

Training verbetert levenskwaliteit van patiënten met chronische hersenaandoeningen

Patiënten met Parkinson, Alzheimer, multiple sclerose (MS) en andere chronische hersenaandoeningen verbeteren hun kwaliteit van leven als ze naast de standaard behandeling een fysiek trainingsprogramma volgen. Dat concludeert een overwegend Nederlandse onderzoeksgroep na meta-analyses van 122 effectstudies bij 7231 patiënten. Omdat eerder onderzoek heeft aangetoond dat deze patiënten een goede levenskwaliteit belangrijker vinden dan de eventuele vooruitgang in de ziektespecifieke fysieke en mentale symptomen, menen de onderzoekers dat fysieke training een essentieel onderdeel zou moeten zijn van de behandeling van patiënten met chronische hersenaandoeningen.

Training verbetert QOL van patienten met chronische hersenaandoening

Bewegen tijdens en na kanker: nieuwe aanbevelingen

17 OKT 2019

Een internationaal team van experts op het gebied van kanker en bewegen publiceerde gisteren, 16 oktober, nieuwe aanbevelingen voor het systematisch gebruik van beweeginterventies voor patiënten met kanker.

Deze standaard beschrijft wetenschappelijk bewezen manieren waarop zorgverleners een actieve leefstijl en fitheid van mensen na de diagnose kanker kunnen bevorderen. Ook wordt de wetenschappelijke onderbouwing gegeven van de voordelen van lichaamsbeweging voor preventie, behandeling, herstel en betere overlevingskansen. Het American College of Sports Medicine (ACSM) organiseerde de rondetafelconferentie met deskundigen van 17 partnerorganisaties. Dankzij een bijdrage van het KNGF en NVFL namen dr. Martijn Stuiver van het Antoni van Leeuwenhoek en prof. dr. Anne May van het  Julius Centrum UMC Utrecht deel aan de rondetafelconferentie.

Dit zijn enkele van de bevindingen:

  • Beweging verlaagt het risico op zeven veelvoorkomende vormen van kanker: dikke darm, borst, endometrium, nier, blaas, slokdarm en maag.
  • Door te bewegen kunnen patiënten hun overlevingskansen vergroten na de diagnose borst-, dikkedarm- en prostaatkanker.
  • Lichamelijke activiteit tijdens en na de behandeling van kanker helpt vermoeidheid, angst en depressie tegen te gaan, draagt bij aan een betere fysieke gesteldheid en kwaliteit van leven en leidt niet tot een toename van lymfoedeem.

Gerichter trainen
Volgens prof. dr. Anne May zijn de nieuwe aanbevelingen voor bewegen veel specifieker dan de informatie die tot nu toe beschikbaar was. ‘Hierdoor kunnen we patiënten gerichter laten trainen wat kan leiden tot sneller herstel. Ook weten we nu beter welke bewegingsprogramma’s we patiënten kunnen aanbieden om bijwerkingen van de behandeling, zoals vermoeidheid, te voorkomen of verminderen en te zorgen voor een snellere revalidatie.’

Fysiotherapeuten met expertise op gebied van kanker
De volgende stap is om deze bewegingsprogramma’s bij de patiënt te krijgen. Dr. Martijn Stuiver: ‘In de nieuwe aanbevelingen worden artsen en verpleegkundigen opgeroepen om lichaamsbeweging structureel te bespreken met patiënten en hen indien nodig te verwijzen. Patiënten worden tijdens en na hun behandeling nu nog onvoldoende doorverwezen, terwijl er wel beweegprogramma’s voorhanden zijn. Nederland heeft een sterk netwerk van fysiotherapeuten met expertise op het gebied van kanker. Via OncoNet en de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Lymfologie en Oncologie kunnen patiënten dicht bij huis goed geschoolde fysiotherapeuten vinden.’

De 3 papers
Het uitgebreide onderzoek en de aanbevelingen staan in drie academische artikelen.
Paper 1 over werkingsmechanismen van bewegen bij kanker
Paper 2 over effecten van bewegen bij kanker
Paper 3 over de implementatie van bewegen bij kanker

Deze artikelen zijn 16 oktober gepubliceerd in de toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften Medicine & Science in Sports & Exercise van ACSM en CA: A Cancer Journal voor Clinicians van de American Cancer Society.

Partnerorganisaties die deelnamen aan de rondetafelconferentie zijn onder andere: ACSM, American Cancer Society, het National Kanker Instituut , de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Lymfologie en Oncologie (NVFL) en het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).

Fysieke inspanning versterkt het effect cognitieve training

Ouderen verbeteren hun executieve functies als ze acht weken oefenen met een cognitieve trainingsapp. Maar de resultaten worden nog beter als ze het eerste kwartier cognitieve training inruilen voor een stevige wandeling. Dat concluderen Canadese onderzoekers die cognitieve training met en zonder voorafgaande wandeling vergeleken met balans- en rompoefeningen bij 124 ouderen van 65 tot 85 jaar.

fysieke inspanning versterkt effect cognitietraining

Bewegen verbetert cognitief functioneren bij ouderen met Alzheimer

Ouderen met Alzheimer verbeteren hun cognitieve vaardigheden als ze regelmatig matig-intensief bewegen. Vaker dan drie keer per week en langer dan een half uur per keer lijkt niet nodig, maar blijvend oefenen wel. Dat concluderen Chinese onderzoekers die een meta-analyse uitvoerden van dertien effectstudies bij 673 ouderen met de ziekte van Alzheimer.

bewegen verbetert de conditie bij clienten met Alzheimer

 

Actief blijven en bewegen, óók met dementie

Ouderen met dementie bewegen te weinig. Iemand met dementie verdwaalt gemakkelijk en loopt het risico om te vallen. Toch is actief blijven belangrijk, ook voor iemand met dementie. 

Het Kenniscentrum Sport ontwikkelde samen met professor Erik Scherder de beweeggids voor ouderen met dementie. De oefeningen zijn simpel en alledaags en gericht op bijvoorbeeld het krijgen van sterke benen, een sterk bovenlichaam, meer flexibiliteit of een betere balans. De meeste oefeningen zijn te doen met één begeleider. Elke oefening is te bekijken in een instructiefilm. En heel handig: alle oefeningen zijn stap-voor-stap uitgeschreven.

 

Kunnen ouderen hun cognitie op peil houden na een acute ziekenhuisopname?

Ouderen in een ziekenhuis doen er goed aan om te oefenen en te bewegen, zodat ze niet alleen hun fysieke, maar ook hun cognitieve vaardigheden behouden. Dat is althans de mening van Spaanse onderzoekers die het cognitief functioneren vergeleken van 370 acuut opgenomen hoogbejaarde ouderen: de helft voerde een gevarieerd oefenprogramma uit, de andere helft kreeg alleen gebruikelijke zorg.

cognitie op peil na ziekenhuisopname

Doelgericht oefenen leidt tot betere behandelresultaten

Parkinsonpatiënten die oefenen met een specifiek, vooraf geformuleerd doel voor ogen boeken meer vooruitgang in armfunctie dan patiënten die algemene oefeningen doen om de bewegingsrange en handvaardigheid te verbeteren. Dat constateren Spaanse onderzoekers die vijftig gemiddeld 70-jarige Parkinsonpatiënten in twee groepen verdeelden en gedurende vier weken twee keer per week therapie aan huis gaven.

Doelgericht oefenen leidt tot betere behandelresultaten